Gevlucht uit de Donbas

Alles kwijt, behalve de Volga

Sasja en Galja hadden na een heel leven hard werken een goeddraaiend winkeltje en een eigen molen op het platteland van de Donbas. Inmiddels is er niets meer over van alles wat ze hadden opgebouwd, behalve de auto die hen het leven redde. In Odesa proberen ze als vluchtelingen het leven weer op te pakken. Dénis van Vliet bezocht Sasja en Galja daar en tekende hun verhaal op.

01 1Galja en Sasja in Odesa, de stad waar ze elkaar ooit als studenten leerden kennen en waar ze nu als vluchtelingen leven. Foto: Dénis van Vliet

Ergens in een buitenwijk van Odesa staat een grijze Volga, een auto die in de Sovjet-Unie symbool stond voor macht en status, de Mercedes van het Oostblok. 'Dit is er een van de laatste serie die ze ooit hebben gemaakt. In 2010 reed de allerlaatste Volga de fabriek uit', zegt eigenaar Sasja Izjoemtsjenko (65), terwijl hij zijn telefoon uit zijn zak haalt en een foto laat zien. 'Ik had er nog een, zo'n ouderwetse uit de Sovjettijd. Eigenlijk is die nog mooier. Maar die zal wel verwoest zijn, net als mijn huis en mijn dorp.'

Met 'mijn dorp' bedoelt hij Novojelyzavetivka, een piepklein plaatsje van zo'n zeshonderd zielen in de oostelijke regio Donetsk. Bijna heel zijn volwassen leven woonde Sasja er met zijn vrouw Galja (63). In november 2024 naderden Russische troepen hun dorp. Het nabijgelegen Selydove, dat meer in de richting van de al veel langer bezette industriestad Donetsk ligt, was even daarvoor al in Russische handen gekomen. 'Opeens werd ons dorp de frontlinie', zegt Galja.

Een maand voordat het stel op de vlucht sloeg, begon de politie het dorp al te ontruimen. Een van de eersten die werd weggehaald was de 13 jaar oude Daryna. Samen met haar ouders werd ze per pantserwagen geëvacueerd. 'Ik wil weg, want het is hier eng', zei ze. De explosies waren dag en nacht te horen; Russische troepen beschoten de weg naar het dorp en de huizen met allerlei wapens, op straat lagen niet-ontplofte drones. Sasja en Galja dachten dat het wel weer voorbij zou gaan.

02De twee Volga's van Sasja: de grijze moderne redde hen het leven, de ouderwetse Sovjetversie bleef achter in het dorp en is vermoedelijk verwoest. Foto: privéarchief

Maar het ging niet voorbij: in december 2024 was ook voor hen de grens bereikt. Ze stapten in de jongste Volga, volgestouwd met persoonlijke bezittingen, op weg naar de naburige regio Dnipro waar het toen nog relatief rustig was. Normaal een halfuurtje rijden. Sasja: 'De meest logische route zou de grote weg zijn, maar die werd constant aangevallen door drones. Met de Volga zijn we toen door de velden gereden, alsof het een offroad race was.'

In januari 2025 viel Novojelyzavetivka, kapotgeschoten en verlaten. Sasja en Galja waren tegen die tijd al in Odesa, een stad die ze allebei nog kennen uit hun studententijd. Sasja, geboren en getogen in Donetsk, leerde daar Galja kennen. Maar dat ze er ooit weer zouden belanden, hadden ze nooit gedacht, zeker niet als binnenlandse vluchtelingen. 'We hebben helemaal niets meer om naar terug te keren, zelfs als Oekraïne het terrein weet terug te winnen', zegt Sasja. 'Er staat he-le-maal niets meer overeind.'

Hoe is het nu in Novojelyzavetivka?

Het dorp Novojelyzavetivka, waar Sasja en Galja woonden, ligt niet ver van de stad Pokrovsk, tot voor kort een van de belangrijkste logistieke knooppunten van het Oekraïense leger in de Donbas. Spoorlijnen en wegen kwamen er samen en vanuit die stad werd een deel van het front bevoorraad.

Begin 2026 verloor Oekraïne de controle over Pokrovsk, dat voor de oorlog zo’n 60.000 inwoners had. Maandenlang hadden Russische troepen de stad van meerdere kanten benaderd (vanuit het zuiden, oosten en noorden) en eind januari waren er volgens officiële gegevens geen Oekraïense troepen meer in de stad. Begin februari had Rusland de volledige controle over de ruïnes van de stad overgenomen.

Na de terugtrekking van Oekraïense eenheden uit het naburige Myrnohrad stabiliseerde de situatie zich enigszins, maar aan de flanken wordt nog altijd zwaar gevochten. Op 10 juni 2026 registreerde het Oekraïense leger alleen al in de sector-Pokrovsk 37 vijandelijke aanvallen, meer dan in welke andere sector dan ook.

04Het huis van Sasja en Galja in Novojelyzavetivka, voor en na de Russische beschietingen. Foto: privéarchief

Huis, haard en bedrijf achtergelaten

Voor de oorlog hadden ze een goed leven in het dorp. Op een flinke lap grond bouwde Sasja vanaf nul een eigen bedrijf op: een molen en een minisupermarkt aan huis, die hij aan zijn zonen wilde overdragen. 'Mijn jongste zoon deed al het meeste werk, ik hield me alleen nog bezig met de algemene leiding. Ik dacht dat ik ook wel zonder mijn staatspensioen kon; we hadden een goedlopend bedrijf dat ons een onbezorgde oude dag zou geven.'

Hun zonen vluchtten eerder dan hij en Galja en wonen nu elders in Oekraïne. Een van hen heeft een klein kind. Wat er van hun dorp over is, zagen Sasja en Galja later in een filmpje op een pro-Russisch TikTok-kanaal: Russische soldaten lopen zegevierend over het kapotgeschoten terrein. Sasja laat het zien, schudt zachtjes zijn hoofd en zwijgt. Het was niet de eerste keer dat de oorlog op hun deur klopte.

@l_i_m_o_n____m_a_g_64rus #россия🇷🇺💪💪💪 ♬ оригинальный звук - BINOM MUSIC • ШАБЛОН

Sinds 2014, toen zogenaamde pro-Russische separatisten – in werkelijkheid door Moskou aangestuurde troepen met militairen zonder insignes, Russische wapens en Russische commandostructuren – delen van de Donbas innamen, was het leven in het dorp al niet meer zoals vroeger. Het nabijgelegen Pokrovsk bleef in Oekraïense handen, maar de oorlog was voortaan constant aanwezig. ‘Af en toe schoten beide partijen op elkaar, maar lang niet zo intens.’ Dat de oorlog vanaf 2022 nog veel grootschaliger zou worden, had het echtpaar nooit gedacht.

Gratis brood voor het leger

Na de inval in februari 2022 vertrokken de eerste mensen uit de regio. Ook Novojelyzavetivka liep langzaam maar zeker leeg; er waren steeds minder mensen om de winkels te bemannen, akkers te bewerken en vrachtwagens te besturen. Brood was er nauwelijks meer te krijgen. Maar de winkel van de familie Izjoemtsjenko hield stand, net als hun molen. Samen met de enige bakkerij die nog open was, bakten ze gratis brood voor de achtergebleven bewoners en voor het leger. Hoewel de bevoorrading later weer op gang kwam, was die eerste hulp essentieel geweest.

05De minisupermarkt van de familie Izjoemtsjenko in Novojelyzavetivka in betere tijden. Foto: privéarchief

Voor die inzet ontving Sasja later een onderscheiding van Krajina, een Oekraïense maatschappelijke organisatie die gewone burgers eert voor buitengewone inzet in oorlogstijd. Hij kreeg een medaille voor eenheid en patriottisme. 'Hier, dit is hem', zegt hij, terwijl hij hem zonder zichtbare trots uit een doosje haalt.

De twee moeten nu zien rond te komen van hun staatspensioentjes, bij elkaar goed voor omgerekend iets meer dan 150 euro per maand. De Oekraïense staat gaf ze eenmalig 10.000 hryvnia (~200 euro) als compensatie voor het geleden verlies. 'Dat is natuurlijk veel te weinig', verzucht hij. 'Daar kun je net twee maanden van eten en dan is het op.' Een nieuwe baan vinden is op zijn leeftijd en met zijn gezondheid bovendien zo goed als onmogelijk: zijn lichaam wil niet meer na een leven lang hard werken.

06De medaille 'voor eenheid en patriottisme' die Sasja ontving van de organisatie Krajina, voor het gratis bakken van brood voor dorpsbewoners en het leger. Foto: Dénis van Vliet

Vrijwilligers in Odesa

Maar helemaal niets doen is er niet bij. Na aankomst in Odesa gingen hij en Galja aan de slag als vrijwilligers voor het Rode Kruis. De organisatie verleent in de stad twee soorten hulp: aan inwoners van wie huizen zijn geraakt door Russische raketten en drones, en aan vluchtelingen uit de bezette gebieden die er onderdak zoeken.

Sasja en Galja doen beide. Zodra ergens een raket of drone inslaat, gaan ze erheen om bouwfolie, houten platen en zeilen uit te delen waarmee mensen hun kapotte ramen en daken kunnen dichttimmeren. Ook bieden ze beddengoed en psychologische eerste hulp aan slachtoffers die in totale paniek verkeren. En voor nieuwkomers die met lege handen aankomen, regelen ze een matras, een deken, en een plek om te slapen.

'We doen dit omdat hier mensen nartoe vluchten die er nog veel slechter aan toe zijn dan wij', zegt Galja. 'Ze komen soms aan met niet meer dan één klein plastic tasje. Wij weten hoe het voelt. Toen wij hier aankwamen hadden we ook niets. Het klapbed en de kussens waar we nu op slapen, hebben we van het Rode Kruis gekregen.'

Dat ze uitweken naar Odesa, is geen toeval. Ze kenden de stad nog uit hun studententijd, maar bovenal is het een van de weinige grote steden in Oekraïne waar op straat nog altijd meer Russisch klinkt dan Oekraïens. Voor mensen die hun hele leven Russisch hebben gesproken voelt dat vertrouwd. En dat telt, als je alles kwijt bent.

Taal is geen thema

Ze begrijpen dat veel Oekraïners de taal van de vijand niet meer willen spreken, maar zelf zien zij het Russisch niet als het probleem. 'Wat maakt het uit welke taal iemand spreekt? Aan het front spreken ontzettend veel van onze jongens ook gewoon Russisch', zegt Sasja. 

Hij herinnert zich hoe militairen uit West-Oekraïne in 2014 met argwaan de winkel binnenliepen, geweer in de hand, bang om vergiftigd te worden door dat Russischtalige stel. Want: je weet maar nooit. Misschien staan zij wel aan de kant van de Russen. 'Maar nadat ze een jaar bij ons in het dorp zaten, werden we vrienden. Uiteindelijk zeiden ze zelf: jullie zijn precies zoals wij, we spreken alleen een andere taal.'

Dat verbaast hem niet. De Donbas was volgens hem altijd al een smeltkroes, met Russisch als gemeenschappelijke taal. 'In de Sovjettijd werd iedereen vanuit alle hoeken naar de mijnen daar gehaald. Er werkte zelfs een joodse man diep onder de grond. Grieken, Georgiërs, Turken, Moldaviërs. We voelden ons allemaal gewoon de Donbas.'

'Het is wennen als je bijna je hele leven buiten de stad hebt gewoond. Dit is, met alle respect, toch maar een kippenhok.'

Via een jeugdvriendin van Galja's jongere zus vonden ze in Odesa een kleine flat, goed onderhouden en niet er van zee, waar ze voorlopig kunnen wonen. 'Maar het is wennen als je bijna je hele leven buiten de stad hebt gewoond, met ruimte om je heen', zegt Sasja. 'Dit is, met alle respect, toch maar een kippenhok.'

Wat de toekomst brengt, weet hij niet. 'Het is moeilijk rondkomen. De Volga verkopen? Die brengt toch niet veel op, en het was altijd mijn jongensdroom, een beetje zoals andere jongens dromen van een BMW of Audi.'

En nu het gesprek weer op de Volga is gekomen, verschijnt er voor het eerst een glimlach op zijn gezicht. 'Toen ik een keer met die oude Volga naar Moldavië reed, stonden de grenswachters met ogen zo groot als schoteltjes te kijken. Ze snapten er niks van, hoe kon dat ding in godsnaam nog rijden? Maar vergis je niet: een Volga is ijzersterk. Als je er eenmaal in rijdt, wil je niks anders meer. Moderne auto's zitten vol snufjes, maar hierin voel je tenminste dat je rijdt.' Wat er ook nog komen gaat, die trotse herinnering pakt niemand Sasja meer af.

10 jaar RAAM: wij hebben uw hulp nodig

In 2026 bestaat RAAM 10 jaar. Het is geen vanzelfsprekendheid dat we blijven voortbestaan. Daarvoor hebben we uw hulp nodig. Met uw giften kunnen wij auteurs een bescheiden honorarium betalen, onderzoek doen en Kennisplatform RAAM overeind houden. Wij zijn een ANBI: uw gift is aftrekbaar van de belasting.

Publish the Menu module to "offcanvas" position. Here you can publish other modules as well.
Learn More.