Ruslands oorlog tegen Oekraïne laat ook in Jakoetië, 4.500 kilometer van het front, diepe sporen na. De roep om autonomie en zelfs onafhankelijkheid klinkt er luider dan ooit. Bram Jongejan sprak met activist Raisa Zoebareva over de impact van de oorlog op de regio en de toekomst van de onafhankelijkheidsbeweging.
Soldaten van het Siberisch Bataljon, onderdeel van het Internationale Legioen en de Oekraïense strijdkrachten, trainen in de buurt van Kyiv. Foto: Genya Savilov / ANP / AFP
Wanneer de inwoners van het Russische grensplaatsje Lozovaja Roedka nog liggen te slapen, steken drie Oekraïense bataljons – met uit de Russische Federatie afkomstige vrijwilligers – vanuit Oekraïne in gepantserde voertuigen de grens over. Nog die ochtend claimen de eenheden de volledige controle over het dorp.
Onder hen bevindt zich het Siberisch Bataljon, dat voornamelijk uit militairen uit de regio’s Boerjatië en Jakoetië bestaat, gelegen in het Russische Verre Oosten. Voor hen is de tegenstander van Oekraïne dezelfde als die van hen: de imperialistische Russische Federatie. Zij zien een Oekraïense overwinning als mogelijkheid voor het versterken van hun eigen strijd.
Nog voor het Kremlin kan reageren, plaatst het Bataljon diezelfde middag een bericht op hun Telegrampagina: ‘De Russische Federatie blijft voorlopig een imperium. Wij tonen de weg naar bevrijding aan zowel de Russen zelf als de volkeren die tot slaaf zijn gemaakt door Moskou.’
Kolonisatie
De strijd tegen Russisch imperialisme begon al in de zeventiende eeuw, toen Russische kolonisten zich vestigden in wat nu Jakoetië heet. Jakoetië is qua oppervlakte ongeveer zo groot als Argentinië en bezit belangrijke grondstoffen en mineralen; bijna alle Russische diamanten en een kwart van de wereldproductie komen uit de regio. Daarnaast herbergt Jakoetië ongeveer tien procent van de wereldwijde steenkoolreserves, twintig procent van de Russische goudreserves en bezit het de grootste uraniumvoorraad ter wereld.
Jakoetië herbergt ongeveer tien procent van de wereldwijde steenkoolreserves, twintig procent van de Russische goudreserves en het bezit de grootste uraniumvoorraad ter wereld
Aanvankelijk leek het gebied door de afgelegen ligging en het extreem koude klimaat weinig aantrekkelijk. Dat veranderde aan het begin van de twintigste eeuw, toen de omvang van de bodemschatten duidelijk werd en Moskou meer belangstelling kreeg voor de regio. De toegenomen belangstelling vertaalde zich naar sterke Russificatie en exploitatie van de grondstoffen, met grote impact op de bevolking. Het aandeel etnische Jakoeten daalde van 80 procent in 1926 tot de ongeveer 50 procent in 1959. De autonome status die de regio had verkregen begin jaren 1920, bleek in praktijk weinig waard.
Sacha-identiteit
De Jakoeten, die zichzelf Sacha noemen en spreken over de Republiek Sacha, vormen een nipte meerderheid. Russen vormen met 33 procent van de bevolking de grootste minderheid. Andere inheemse bevolkingsgroepen – waaronder de Evenken, Evenen, Dolganen, Joekagieren en Tsjoektsjen – maken elk slechts een klein deel van de bevolking uit.
Pas tijdens Gorbatsjovs hervormingen van eind jaren 80 ontstond er weer ruimte voor de ontwikkeling van de Jakoetische identiteit. Dankzij een onderwijsbeleid waarin de eigen taal en traditionele cultuur centraal stonden, zette de heropleving van de Sacha-identiteit zich na de val van de Sovjet-Unie voort. Vooral op het platteland bleef de Sacha-taal behouden. Door het wegtrekken van veel Russen herstelde het bevolkingsaandeel Jakoeten aanzienlijk. Tegelijkertijd dreef armoede bewoners naar de hoofdstad Jakoetsk, waar velen het Russisch zagen als taal die de meeste maatschappelijke kansen bood.
Onder Poetin nam de centralisatie echter weer toe. Moskou stimuleerde Russische migratie naar het gebied. Ook kregen scholen restricties opgelegd rondom het gebruik van de Sacha-taal, waardoor het Russisch wederom terrein won.
Die ontwikkeling zet zich volgens activiste Raisa Zoebareva nog altijd voort: ‘Russisch wordt gezien als de taal van maatschappelijke kansen, waardoor het Jakoetisch geleidelijk wordt verdrongen uit het openbare leven.’ Volgens Zoebareva is hier sprake van opzet: ‘Met het russificatiebeleid probeert de centrale overheid onze identiteit af te nemen.’
Jakoetië (rood) bestrijkt een groot deel van het Russische Verre Oosten. Kaart: Seryo93 (CC BY-SA 4.0)
Strategische armoede
Naast culturele onderdrukking, is er door de exploitatie van de bodem en de welvaart die van daaruit naar Moskou vloeit, sprake van een klassieke koloniale structuur. Het gevolg is dat de regio wordt gekenmerkt door bovengemiddelde armoede; ongeveer vijftien procent van de bevolking leeft onder de regionale armoedegrens.
Ook dit is volgens Zoebareva geen toeval: ‘Het systeem is bewust ontworpen om de periferie afhankelijk te houden van het centrum. Een aanzienlijk deel van onze welvaart gaat naar Moskou. Ondertussen is er in Jakoetië nog steeds geen fatsoenlijk wegennet en zijn er tekorten aan medicijnen of betaalbaar voedsel.’
'Een aanzienlijk deel van onze welvaart gaat naar Moskou, maar ondertussen is er in Jakoetië nog steeds geen fatsoenlijk wegennet en zijn er tekorten aan medicijnen of betaalbaar voedsel’
In het economisch exploiteren en achterstellen van het buitengebied schuilt volgens Zoebareva de kern van het moderne Russische kolonialisme. ‘Arme mensen zijn afhankelijk van de staat en zijn bang het weinige te verliezen dat ze nog hebben: een baan, uitkeringen of sociale voorzieningen. Ze zijn minder geneigd deel te nemen aan het openbare leven en te protesteren.’
Rekrutering
‘Onder die omstandigheden wordt het tekenen van een militair contract een van de weinige beschikbare wegen naar sociale mobiliteit,’ legt Zoebareva uit. Zo bestaat er een directe lijn van het Russische kolonialisme, via strategische armoede, naar het militaire rekruteringsbeleid. ‘Veel mannen voelen dat ze geen toekomst hebben en niet voor hun gezin kunnen zorgen. Zij tekenen militaire contracten, in de hoop op financiële compensatie.’
Cijfers over de rekrutering bevestigen dat Moskou buitenproportioneel veel troepen onder etnische minderheden werft, met grote impact op Jakoetië. ‘Vandaag sterven jonge mensen die bedrijven hadden kunnen oprichten of gezinnen hadden kunnen stichten. Het toont aan dat de Sacha-natie niet langer de luxe van tijd heeft,’ stelt Zoebareva. ‘Als we blijven wachten, verdwijnt onze natie geleidelijk.’
Naast armoede doet ook de Russische propaganda zijn werk. De steun voor de oorlog is aanzienlijk. Toch is er ook een kentering zichtbaar als het gaat om het aantal aanmeldingen. Rekruteringbureaus in Jakoetië zitten soms wel tot veertig procent onder het door Moskou gestelde quotum, wat kan getuigen van een afnemende meldingsbereidheid.
Zij die levend terugkeren van de oorlog doen dat volgens Zoebareva dan met een duidelijke boodschap. ‘Zij willen niet dat iemand anders de verschrikkingen van de oorlog moet doormaken. Online circuleren video's waarin Sacha-militairen andere Sacha-mannen oproepen zich niet aan te melden. Ze laten gruwelijke beelden van het front zien.’
Het herkenningsteken, ook wel embleem of 'patch' genoemd, van het Siberisch Bataljon. Foto: Genya Savilov / ANP / AFP
Onafhankelijkheidsstrijd
De militairen die voor Moskou vechten, zijn slechts één deel van de Jakoetische realiteit. De Jakoeten in Oekraïense dienst geven ondanks hun geringe aantal een belangrijk signaal af. Zoebareva: ‘Wat deze militairen nog het meest onderscheidt [van Jakoeten in Russische dienst], is dat zij niet vechten voor geld, maar worden gedreven door politieke overtuiging. ‘Het gaat hen in de eerste plaats niet om Oekraïne, ze vechten vooral tegen de Russische staat.’
De motieven van de strijders van het Siberische Bataljon lopen grotendeels gelijk: zij vechten tegen Poetin en de onderdrukking van de Siberische volkeren. Deze kleine groep laat zien dat de onafhankelijkheidsstrijd onder de Jakoeten voor sommigen niet langer een theoretische discussie is, maar een concreet politiek project. ‘De oorlog legt velen die van onafhankelijkheid dromen het zwijgen op’, aldus Zoebareva. ‘Maar het brengt ook mensen naar voren die bereid zijn openlijk voor soevereiniteit te strijden.’
‘De oorlog legt velen die van onafhankelijkheid dromen het zwijgen op’
Ook de beweging van Zoebareva is een voorbeeld van die strijd. ‘Sinds 2023 werken we elke dag om uit te leggen waarom onafhankelijkheid noodzakelijk is, wat de politieke unie met Rusland betekent voor onze toekomst, en waarom we geloven dat er geen alternatief is voor zelfstandigheid.’
Moskou treedt inmiddels hard op tegen inheemse activisten, onder wie Zoebareva. Haar organisatie is tot ‘buitenlands agent’ verklaard en in juni 2023 is tegen haar persoonlijk een strafzaak geopend. Om veiligheidsredenen werkt ze inmiddels vanuit Polen.
De afstand bemoeilijkt haar werk. Bovendien blokkeren de Russische autoriteiten veel online platforms. ‘Mensen in afgelegen delen van onze republiek kunnen onze video’s niet meer direct bekijken. Maar we onderhouden contact met het maatschappelijk middenveld via berichten-apps en e-mail. Mensen delen anoniem informatie over wat er in de republiek gebeurt en we nemen elke mogelijke maatregel om onze communicatiekanalen te beschermen.’
Lokale krachten
Zo lijkt Zoebareva nog enige hoop te putten uit lokale initiatieven. ‘In tegenstelling tot wat veel waarnemers stellen, bestaat het maatschappelijk middenveld in Rusland wel degelijk. In mijn ervaring is het vaak actiever in de nationale republieken, zoals Sacha, Basjkirostan of Boerjatië.’
Maar volgens haar is een maatschappelijk middenveld alleen niet voldoende. Ook lokale bestuurders spelen een belangrijke rol, al zitten die vaak vast in de structuren van het systeem. Dat er consequenties zitten aan een gebrek aan loyaliteit aan het Kremlin, werd in 2021 duidelijk na het gedwongen vertrek van de kritische burgemeester van Jakoetsk. ‘Tot nu toe hebben veel leden van de lokale elite ervoor gekozen Moskou niet uit te dagen.’
Toch acht Zoebareva hun rol uiteindelijk doorslaggevend: ‘De geschiedenis leert dat tijdens periodes van diepgaande politieke verandering de positie van regionale elites beslissend kan worden. De toekomst van Sacha kan uiteindelijk afhangen van welke kant die elites kiezen wanneer dat moment aanbreekt.’
10 jaar RAAM: wij hebben uw hulp nodig
In 2026 bestaat RAAM 10 jaar. Het is geen vanzelfsprekendheid dat we blijven voortbestaan. Daarvoor hebben we uw hulp nodig. Met uw giften kunnen wij auteurs een bescheiden honorarium betalen, onderzoek doen en Kennisplatform RAAM overeind houden. Wij zijn een ANBI: uw gift is aftrekbaar van de belasting.



