Economie-update

Ondanks olieprijs dreigt in Rusland recessie

President Poetin begint zich zorgen te maken over de Russische economie. Een recessie dreigt. Het is de vraag of de hoge olieprijzen snel soelaas bieden voor het oorlogsbudget. Ondanks het feit dat de oorlog in het Midden-Oosten hem wellicht profijt oplevert, heeft Poetin drie weken na het begin van de slag om Iran de regering toch opgedragen meer aandacht te besteden aan langetermijnbeleid. Hubert Smeets over de eerste cijfers van 2026. 

primorsk attackSatellietbeeld van een Oekraïense aanval op de olieterminal in Primorsk, de belangrijkste Russische laadhaven in de Oostzee, niet ver van Sint-Petersburg. Foto: Planet Labs PBC / ANP / AFP

Drie weken nadat de oorlog in het Midden-Oosten was losgebarsten, de olie- en gasprijzen recordhoogten bereikten en Russische energieconcerns ineens weer wereldwijd lucratieve zaken konden doen, was president Vladimir Poetin toch niet in jubelstemming. In weerwil van de veelgehoorde analyse onder westerse experts, dat de dreigende mondiale energiecrisis voor Rusland een buitenkans zou zijn om de eigen oorlogskas te spekken, uitte Poetin juist zijn zorgen over de niet zo florissante toestand van de Russische economie.

Bbp krimpt ondanks zwarte goud

In een vergadering met premier Michail Misjoestin en de belangrijkste ministers in de financieel-economische driehoek, alsmede president Elvira Nabioellina van de Centrale Bank, maakte Poetin maandag 23 maart bekend dat Rusland in een heuse recessie verzeild dreigt te raken. Hij zei het niet met zoveel woorden, maar de president wekte de indruk dat hij er niet vanuit gaat dat de huidige prijsexplosies op de energiemarkt op middellange termijn voor Rusland veel soelaas zullen bieden.

Ter toelichting van zijn bezorgdheid onthulde Poetin dat het bruto binnenlands product (bbp) in de eerste maand van dit jaar met 2,1 procent is gekrompen en de industriële productie met 0,8 procent. Ook het vertrouwen in de perspectieven voor industrie daalde met 20 punten, meer dan ooit sinds de coronapandemie van 2020. 

Historicus en journalist
Werkte als journalist voor De Groene Amsterdammer en NRC Handelsblad, o.m. als correspondent in Moskou en lid van de hoofdredactie. In 2015 verscheen zijn boek 'De wraak van Poetin'. Mede-oprichter RAAM.

De consumptie-index kelderde met 35 punten. Ook ondernemers zien het zakelijke klimaat voor het eerst sinds de grootschalige invasie van Oekraïne in 2022 in de min raken. Het statistische bureau Rosstat leverde voor het eerste kwartaal ook enkele plussen. Maar de groeiende opbrengsten uit de verkoop van delfstoffen (0,5 procent), de lage werkloosheid (2,2 procent) en de bescheiden inflatie  (< 6 procent) leek Poetin per saldo toch als niet meer dan een schrale troost te zien.

Vooral die rode cijfers over de industriële sectoren zijn opmerkelijk, omdat het militair-industrieel complex door de vernietigingsoorlog tegen Oekraïne juist zou moeten floreren.

Poetin maakte er in de vergadering met het hoogste echelon geen geheim van dat de hoge energieprijzen uiteindelijk geen duurzame oplossing zijn voor de Russische economie.

Er schort iets aan de basis. Poetin vroeg de regering en de Centrale Bank alle aandacht te richten op een begrotingsevenwicht en een strikt monetair beleid. Wetend dat een deel van de Russische banken er minder goed voorstaat door de restricties op het kapitaalverkeer en de druk van de regering om gunstige leningen te verstrekken aan de oorlogsindustrie, verordonneerde Poetin de grondstofexporteurs om met hun plotselinge extra winsten op de uitvoer van olie en gas eerst hun schulden bij de banken af te lossen.

Defensiesector is de belangrijkste motor van de Russische industrie

Ontwikkeling productie-index, januari 2022 – november 2025 (januari = 100)

Defensiesectoren Civiele sectoren Totaal

Op basis van productie-indices. Januari = 100.

Bron: Rosstat, The Bell

Leedvermaak of geldontwaarding: na het zoet komt het zuur

Eerder had de Kremlinvriendelijke denktank Centrum voor Macro-economische Analyses en Middellangetermijn Prognoses (TsMAKP) al gewaarschuwd dat tot het najaar een recessie zou kunnen aanhouden. Het begrip ‘crisis’ zou dan gepast worden.

Een adviseur van het ministerie van Defensie zag het anders. Volgens econome Inna Litvinenko is een langdurige oorlog in het Midden-Oosten gunstig voor Rusland. Duurt die tot het najaar, dan kan het bbp dit jaar met 1,3 tot 1,5 procent groeien, berekende zij. Rekt de oorlog zich tot eind dit jaar uit, dan kan het bbp groeien met 1,8 tot 2,0 procent. 

Maar centraal bankier Elvira Nabioellina dempte dat geopolitieke leedvermaak snel, nadat ze eerst de basisrente had verlaagd tot 15 procent (was een jaar geleden 22 procent) en daarmee tegemoet was gekomen aan de wensen van regering en bedrijfsleven. Op korte termijn lijken de hoge olieprijzen een zegen, maar een blik verder in de toekomst toont volgens Nabioellina dat Rusland minder zal profiteren. De Russische olie-export kan gaan lijden onder de verstoring van logistieke handelslijnen op de wereldzeeën. De risico’s van het olietransport zullen de kosten opdrijven, zonder dat de olieconcerns zelf daarvan profiteren. Ook de Russische burger zal niet gevrijwaard blijven van de inflatie die door de hoge energieprijzen overal zal worden aangewakkerd, aldus de chef van de Centrale Bank.

Voor de goede orde. Nabioellina is loyaal aan het Kremlin en Poetin, die haar ruimte geeft om technocratisch het monetaire beleid vorm te geven. Al ruim vier jaar laveert ze behendig tussen de klippen door om enerzijds de oorlogseconomie gaande te houden en anderzijds te voorkomen dat de gewone burger zo snel verarmt dat die zich maatschappelijk gaat roeren.

Spanning tussen prijs en omzet

Het staat buiten kijf dat de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran en de tegenacties van de islamitische republiek – zoals het selectief afsluiten van de Straat van Hormuz en de bombardementen van olie- en gasfaciliteiten in de Golfstaten – na een maand de Russische exportpositie op de energiemarkt hebben versterkt. Ook het besluit van president Donald Trump om de sancties tegen de Russische olieconcerns Rosneft en Lukoil of olietransporten via derde landen (tijdelijk) op te schorten, is koren op de molen van het Kremlin geweest.

Onverwacht heeft de Russische economie zo respijt gekregen. Dat wordt bijvoorbeeld duidelijk in de prijscourant voor energie uit Rusland. In één klap is het grote prijsverschil tussen Russische olie (Oeral) en niet-Russische olie (Brent en WTI) opgeheven. Dankzij de regering in Washington kan Rusland weer de oude prijs voor olie incasseren, omdat de Russische oliemaatschappijen, anders dan voorheen, geen hoge kortingen meer hoeven te bieden aan kopers in India en elders om de schaduwvloot varende te houden. Was een vat Oeral-olie eind 2025 nog ruim 15 procent goedkoper dan een vat Brent, eind maart was het verschil teruggelopen tot de gebruikelijk 2 à 3 procent.

urals crude oil march 26

Dat is goed nieuws voor het Kremlin. Dat geringe prijsverschil tussen Brent en Oeral wijst erop dat de westerse sancties tegen de Russische oliehandel door de oorlog in het Midden-Oosten aan kracht verliezen. Na het begin van de oorlog in het Midden-Oosten verdubbelden de Russische inkomsten uit de olie-export van gemiddeld 135 miljoen dollar per dag in januari 2026 tot 270 miljoen dollar per dag in de eerste drie weken van maart. Persbureau Reuters verwacht ook voor april een stijging van de inkomsten uit olie en gas van 70 procent. 

De Russische federale begroting – en dus ook het oorlogsbudget – is voor ongeveer een kwart afhankelijk van de inkomsten uit de olie- en gasexport. Die afdrachten van de energieconcerns worden gereguleerd via een speciale delfstoffenbelasting, bovenop de normale vennootschapsbelasting en andere fiscale heffingen. Elke 10 dollar extra op de wereldmarkt levert de Russische staat zo maandelijks ruim anderhalf miljard dollar extra op. Bij een stabiele prijs van 100 dollar per vat Oeral-olie zou dat volgens de iets conservatievere berekening van voormalig oliemagnaat Michail Chodorkovski neerkomen op een extra begrotingsruimte van 4 tot 5 miljard dollar per maand.

Raffinagecapaciteit: meer vraag maar minder aanbod

Maar dat is geen lineaire rekensom die eindeloos optelt. Mocht de oorlog door de weerstand van het Iraanse regime langer duren dan Trump nu wenst en zou de huidige energiecrisis dan escaleren tot een wereldwijde recessie, dan zal de Russische export wegens het uitvallen van de vraag in  kwantitatieve zin eerder dalen dan stijgen. In dat geval wordt de meeropbrengst per vat deels tenietgedaan door een teruglopend aantal vaten dat wordt uitgevoerd, of zakt de prijs weer. De federale begroting zal dan uit balans blijven. En de mogelijkheden van de regering om de basis van de Russische economie te hervormen, noodzakelijk zowel voor de toekomst van de jongere generaties als voor de expansieve imperiale koers van het Kremlin, worden dan eveneens kleiner.

Dat probleem dient zich in versterkte mate aan als de Russische olieproductie in eigen land blijft stagneren, zoals nu al het geval is wegens toenemende uitval in met name de raffinagecapaciteit. 

De Oekraïense regering in Kyiv is zich daarvan terdege bewust en heeft het steeds meer gemunt op de olie-industrie als primair doelwit in Rusland. In de herfst van 2025 had Oekraïne al een golf van succesvolle aanvallen uitgevoerd op de Russische olie-industrie. Die leidde toen tot een serieuze terugval in de productie bij vooral staatsbedrijf Rosneft. 

Sinds het begin van de oorlog in het Midden-Oosten heeft Oekraïne zijn aanvallen op raffinaderijen en andere energiefaciliteiten verder opgevoerd. Oekraïense drones bereiken met succes opslagtanks in Krasnodar en oliehavens in de Oostzee ten zuidwesten van Sint-Petersburg. Zelfs olietankers vanuit Rusland op weg naar de Bosporus zijn niet veilig meer. Volgens persbureau Reuters heeft Oekraïne tot eind maart inmiddels ongeveer 40 procent van de Russische exportcapaciteit uitgeschakeld. De schade is her en der zo groot dat herstel lang zal duren.

Paradox: olieprijs stijgt, roebel stagneert

De fall-out van de huidige oorlog in het Midden-Oosten heeft nog meer paradoxale gevolgen voor de Russische oorlogseconomie. Een van de meest opmerkelijke effecten is zichtbaar in de koers van de roebel. Vroeger was er een bijna naadloze correlatie tussen de prijs van een vat olie en de waarde van de roebel. Toenmalig minister Aleksej Koedrin van Financiën (een vertrouweling van Poetin uit diens Petersburgse tijd) kon daarom serieus en toch half grappend beweren: ‘zeg mij de olieprijs en ik onthul u de roebelkoers’.

Nu is die vanzelfsprekende band tussen olie en valuta verbroken. De prijs van een vat Oeral-olie is sinds begin 2026 meer dan verdubbeld. Maar ten opzichte van de dollar heeft de roebel het eerste kwartaal van dit jaar juist iets aan waarde verloren. Hetzelfde geldt voor de euro.

Volgens de theorie van Koedrin is dat de omgekeerde wereld. Toch is het onloochenbaar. De stijgende olieprijs heeft geen positieve impact op de Russische munt.

ruschitrade

Yuan regeert roebel

Zelfs de Chinese yuan is globaal stabiel gebleven tegenover de roebel, hoewel China toch een van de belangrijkste afnemers is van Russische delfstoffen.

De reden voor deze relatieve kracht van de Chinese munt is het gebrek eraan in Rusland. Sinds de grootschalige invasie van Oekraïne in 2022 is Moskou voor zijn handel meer en meer verstoken geraakt van westerse markten en dus van westerse valuta. Het beslag dat westerse regeringen hebben gelegd op de spaartegoeden die de Russische Centrale Bank in Europa of de Verenigde Staten had ondergebracht – in totaal ongeveer 290 miljard euro – heeft de nood aan met name euro’s versterkt. 

Door de oostwaartse richting die de Russische economie moest inslaan, is de yuan daarom meer en meer de reservemunt van Rusland geworden, zoals de dollar en de euro dat voordien waren. Ook staatsobligaties worden inmiddels in yuans uitgegeven en moeten dus ook in yuans wordt afgelost.

Dat zou goed blijven gaan, als Rusland significant meer zou uitvoeren naar China dan dat het invoert uit dat land. Maar dat is niet het geval. De handelsbalans tussen beide atoommachten is min of meer in evenwicht, al wordt de Russische export naar China eenzijdig gemonopoliseerd door grondstoffen en is de Chinese uitvoer aanzienlijk veelzijdiger.

Omdat talrijke handelsbetrekkingen met het Westen zijn afgesneden en alternatieven richting India en andere werelddelen slechts mondjesmaat ontwikkeld worden, is de Russische economie langzamerhand door China gegijzeld. Daarom is de vraag naar yuans onevenredig toegenomen.

Zeker als de Centrale Bank of de regering in Moskou ook nog eens rente of aflossing op obligaties moeten betalen en daartoe yuans moeten kopen, vissen gewone commerciële partijen achter het net. Een acuut tekort aan yuans was dit voorjaar het gevolg.

Investeringsstaking

De gevolgen van deze zwakke roebel worden nu allengs zichtbaarder. Op het staatsniveau is het Nationale Welvaartsfonds door zijn afhankelijkheid van de yuan slagkracht aan het verliezen. In de eerste vier jaar van de oorlog was de liquiditeit van dit soevereine staatsfonds, waarin jarenlang de overschotten van de grondstoffenexport werden opgepot, al gehalveerd.

Op het niveau van het private bedrijfsleven is tegelijkertijd het vertrouwen in de basis van de oorlogseconomie aan het dalen. Ondanks de wat lagere basisrente van 15 procent wordt er ook minder op krediet in de toekomst geïnvesteerd en steeds meer buiten de banken om contant afgerekend. De eerste vage contouren van een ruileconomie dienen zich aan.

En daar blijft het niet bij. Tussen de staatseconomie – die door sluipende nationalisaties steeds groter en monopolistischer wordt – en het midden- en kleinbedrijf – dat door toenemende belastingdruk en hoge rentestanden juist minder ruimte krijgt – bevindt zich een arbeidsmarkt die door de oorlog kraakt en piept. De vraag naar arbeid is groot door de lage werkloosheid. Het aanbod is krap door de feitelijke mobilisatie van ongeschoolden en vlucht van hoogopgeleide werknemers. In Moskou klinken daarom stemmen om de pensioengerechtigde leeftijd – na 2018 is die al in snel tempo verhoogd van 60 naar 64 jaar voor mannen en van 55 naar 59 jaar voor vrouwen – toch weer verder op te rekken.

Nikkelmagnaat Oleg Deripaska, een oligarch die op gezette tijden openlijk door Poetin tot de orde wordt geroepen, ging nog een stap verder. Hij pleitte eind maart voor de invoering van een zesdaagse werkweek en een twaalfurige werkdag om de industriele productie op peil te houden en de economie te redden. Dit voorstel is echter zo driest - zo'n uitbreiding van de arbeidsduur werd door commentatoren meteen al afgeschilderd als een terugkeer van de lijfeigenschap - dat er vragen rezen of Deripaska niet precies het omgekeerde wilde zeggen dan hij zei: namelijk dat hij geen gat meer ziet in het economische hervormingsbeleid van de regering.

‘Elke oplossing schept weer meer problemen die niet kunnen worden opgelost’

De oorlog in het Midden-Oosten mag Rusland dan kansen bieden om de militaire machinerie en oorlog tegen Oekraïne te blijven financieren, de structurele zwakten van de oorlogseconomie zijn daarmee nog niet verholpen. Het eerste kwartaal van 2026 was ook voor president Poetin daarom geen reden om opgelucht adem te halen, in afwachting van verdere chaos in het Midden-Oosten en alle gevolgen van dien voor de prijs van Ruslands belangrijkste exportproduct.

Los van de vraag hoe betrouwbaar de officiële macro-economische cijfers zijn waarmee hij nu schermt, is de kans groot dat ‘het Kremlin tegen een muur aanloopt’, zo schreef de financiële analist Nick Trickett op de website Riddle. ‘Elke oplossing schept weer meer problemen die niet kunnen worden opgelost’.

Help ons om RAAM voort te zetten

Met uw giften kunnen wij auteurs betalen, onderzoek doen en Kennisplatform RAAM overeind houden en verder uitbouwen tot hét centrum van expertise in Nederland over Oost-Europa. Wij zijn een ANBI: uw gift is aftrekbaar van de belasting.

Publish the Menu module to "offcanvas" position. Here you can publish other modules as well.
Learn More.